1990 Tekeningen

Tekeningen

NBKS

Oirschot Breda, NL

D. Franssen

1990

 

In elke vlek, ontstaan door arcering, en iedere veeg, ontstaan door het uitgummen, gaat het vermoeden schuil van lijnen, verbanden en doelen. Niets is eenduidig, maar ook niets betekenisloos.

De tekeningen van A. van Campenhout bewegen zich bewegen zich in een neutraal tussengebied dat gebaseerd is op een veelvoud van tekens die elkaar niet systematisch ontkennen of bevestigen, maar elkaar motiveren tot een scala van associaties. Dit kan variëren van vluchtige, niet te fixeren patronen tot plotselinge  vermoedens en beloopbare routes door een weids, maar onontgonnen landschap. Identiteiten verliezen hun vastheid en vloeien in elkaar.

 

De tekeningen schijnen niet genoeg te hebben aan het tweedimensionale, papieren vlak.

Zij omgeven de toeschouwer zodanig dat het vluchten haast onmogelijk is geworden.

Zij nemen ons in. Toch is het kader van de tekening essentieel, zij bepaalt namelijk de kern: het centrum. Steeds opnieuw is het voor de kijker mogelijk de kennismaking op een andere plaats te beginnen, steeds opnieuw is het mogelijk daarbij andere routes te volgen.

De tekeningen dragen door dit labyrintische aspect een gesloten karakter. Alleen door het hart van de tekening te ontdekken wordt het uiteinde van de draad van Ariadne vindbaar.

Dit vinden is echter nog geen waarborg voor het doorgronden van het totaal.

“Alles is mogelijk, gelijk in een tekenfilm.”

 

De tekeningen van A. van Campenhout zijn gelaagd. Door als het ware tekening over tekening te plaatsen, vertoont het eindresultaat de rijkdom aan levenstekens, zo kenmerkend voor een oude, door de tijd getekende huid.

De onderste tekening is teer van lijnvoering en vaak licht opgebracht. Naarmate echter de lagen over elkaar groeien wordt ook het handschrift directer en vaster. Als indicatie voor de veelheid aan perspectieven kan men een ornament op de voorgrond en een object in de achtergrond trachten te signaleren.

De vraag rijst dan wat eigenlijk voor-en achtergrond is.

 

Voor de compositorische structuur betrekt Van Campenhout motieven uit de ons omringende wereld, details van structuren uit voorgaande tekeningen of soms invloeden uit de kunstgeschiedenis.

Deze motieven functioneren als aanleiding voor het tekenproces. Zij zijn in een wirwar van lijnen en structuren verstopt.

De tekeningen zijn oneindig, maar worden eindig op het moment dat Van Campenhout stopt met tekenen.

Hij neemt daarin een beslissing.

 

De tekening functioneert vanaf dat moment ook voor hem als een mogelijkheid tot reflectie. Samen met wat hij distilleert uit wat om hem heen wordt aangeboden: een landschap, gerecht “Haggis” of een tekst met beeldende en soms paradoxale gevolgtrekkingen, is de voorgaande tekening aanleiding tot de volgende. De losse stukken kruipen in en over elkaar.

Tenslotte eindigt het weidse perspectief in een punt: de nieuwe tekening waarin alles mogelijk is.