1994 Verdwalen

from cataloque ‘Wereld op Zolder’

De Beyerd,  Breda, NL

E. Stegeman

1994

 

Verdwalen

 

De tekeningen van A. van Campenhout zijn werelden om in te verdwalen. Niet alleen door hun formaat, maar ook door de manier waarop de lagen met houtskool en pastel over elkaar zijn gezet.

De vaak figuratieve uitgangspunten worden door de getekende omzwervingen op het tekenvlak tot nieuwe, ongekende constellaties.Het doorwerkte spel van lijnen en arceringen en de wisselwerking van verzadiging en transparantie kan ruimtelijke ervaringen geven, waarbij het oog heen en weer en van voor naar achter zwenkt.

 

Vooral de recente grote zwarte tekeningen dagen uit tot ontdekking. Om de gelaagdheden gewaar te worden is een actieve fysieke rol van de beschouwer onmisbaar. Wat je ziet is namelijk afhankelijk van de hoek van waaruit je het bekijkt.

Wie er links van staat, ziet iets anders dan wie er rechts van bevindt, en van onderaf bezien onthult het weer andere facetten. Door de wisselend glanzende en matte, diepzwarte lijnen en vlakken opent zich steeds weer een nieuw perspectief.

 

Nu is die ruimtelijke associatie om te beginnen al niet zo vreemd. De uitgangsmotieven van Van Campenhout zijn namelijk, naast die van alledaagse origine , zowel van landschappelijke als van architectonische aard. Zo doen ze mij wel denken aan de Carceri-etsen van Piransi, de geheimzinnige labyrintische beelden van een stad in schemerduister vol bruggen, poorten, trappen als verbindingsmiddelen tussen de verschillende niveaus.

Of aan de film naar het boek “The secret garden”waarin een meisje na een opwindende verkenning van een huis met honderd kamers uiteindelijk de geheime tuin ontdekt.

Het is dat wat je niet had kunnen voorzien, maar door het dwalen ontdekt, wat ook in de tekeningen van Van Campenhout zo tot de verbeelding spreekt.

 

Maar er is nog iets dat die ruimtelijkheid bepaalt en dat is het zwart. Het zwart is de kleur van de duisternis en de diepte en het is niet voor niets dat het zwarte vierkant van Malewitsch tot een icoon van de twintigste eeuw is geworden. Ook in tijden waarin de metafysica bijna dodelijk tot op het bot geanalyseerd wordt, blijft het verlangen naar sublieme belevingen in de mens aanwezig.

Richard Serra, die eveneens zwarte tekeningen heeft gemaakt, schreef in zijn “Notes on Drawing” (1989): “Zwart is een entiteit, niet een kwaliteit. (…)

 

Zwart heeft door zijn grote kleurdichtheid het vermogen licht maximaal te absorberen. De aanwezigheid van zwart in een bepaalde ruimte beïnvloedt de intensiteit van dag- en kunstlicht.

Een zwarte vorm zal, geplaatst in een grotere ruimte, zijn eigen plaats en volume behouden, maar de massa van de omringende ruimte moeiteloos veranderen.”

 

Alhoewel Serra met zijn zwarte tekeningen een andere intentie had dan Van Campenhout met de zijne, namelijk visuele ingrepen te doen in de werkelijke architectonische ruimte, is er toch een overeenkomst die betekenisvol is. Wanneer het om ruimtelijke belevingen gaat, gaat het namelijk altijd over verhoudingen beïnvloedingen.

 

Evenals Van Campenhout in zijn zwarte tekeningen de vormen doet oplossen in hun omgeving, gaan de bladen een relatie aan met de ruimte waarin ze hangen. Als een projectie zet de wereld-in een wereld-in een wereld kan de tekeningen zich zo voor in de werkelijke ruimte.